De meeste kinderen en jongeren zijn wel eens prikkelbaar, brutaal of worden boos als ze hun zin niet krijgen. Of slaan soms een ander kind in plaats van een oplossing voor een conflict zoeken. Dit gedrag is niet leuk, maar het is waarschijnlijk een normaal verschijnsel. Zeker in bepaalde ontwikkelingsfasen.
We spreken van gedragsproblemen als een kind vaak en voor langere duur gedrag vertoont dat soms voor zichzelf en vooral voor zijn omgeving storend of verontrustend is.

Soorten gedragsproblemen

Grofweg kan er onderscheid gemaakt worden tussen gedragsproblemen die externaliserend of internaliserend zijn.

Internaliserend

Internaliserend gedrag is bijvoorbeeld zich terugtrekken, slecht slapen of eten, bedplassen of dwangmatig gedrag. Bij meisjes doen zich vaker internaliserende gedragsproblemen voor. Het zijn problemen waarvan met name het kind zelf last heeft.

Internaliserende gedragsproblemen kunnen een voorbode zijn van een:

  • Stemmingsstoornis: verdrietig, somber of vlak; verlies van interesse of plezier
  • Angststoornis: schrikachtig, angstig, vermijdend, afhankelijk
  • Posttraumatische stress-stoornis: angst/stemmingsstoornis na trauma
  • Dwangstoornis: obsessieve gedachten en handelingen

Emotionele stoornissen

Bij emotionele stoornissen staan emoties met een negatieve impact op de voorgrond, zoals angsten en depressies. Angst gaat meestal gepaard met lichamelijke verschijnselen als buikpijn, slechte eetlust, bedplassen en slaapproblemen. Het kind is verlegen of erg teruggetrokken, extreem bang voor uiteenlopende zaken, weigert om naar school te gaan of is overbezorgd en controlerend.
Het depressieve kind heeft meestal een chronisch verdrietig, ontevreden gevoel, trekt zich terug, is moe, kan niet genieten en heeft slaapproblemen.

Externaliserend

Externaliserend gedrag is bijvoorbeeld druk, dwars of agressief gedrag, driftbuien, pesten en slecht luisteren. Bij jongens komen meer externaliserende gedragsproblemen voor. Het zijn problemen waarvan met name de omgeving van het kind last heeft.

Externaliserende gedragsproblemen kunnen een voorbode zijn van:

  • ADHD: concentratie- en aandachttekort, onrust, impulsief
  • Gedragsstoornis (ODD of antisociale gedragsstoornis): driftig, prikkelbaar, boos, niet gevoelig voor correctie, liegen, pesten
  • Autismespectrumstoornis (ASS): problemen bij sociale interactie, communicatie en beperkte belangstelling, beperkt inlevingsvermogen en oogcontact, vaak rigide/dwangmatig

Gedrag is pas zorgwekkend als het duidelijk nadelige gevolgen heeft voor het kind of de jongere zelf én voor de omgeving. Het kind wordt bijvoorbeeld vaak de klas uitgestuurd of zelfs geschorst. Of het lukt niet goed om vriendschappen te sluiten. Er is reden tot zorg wanneer storend gedrag op meerdere gebieden (cognitief, emotioneel en sociaal) de ontwikkeling van het kind belemmert.

Gedragsstoornissen

Gedragsproblemen en gedragsstoornissen liggen in elkaars verlengde, waarbij gedragsstoornissen ernstiger zijn dan gedragsproblemen. Als het gedrag heel problematisch is, langer dan een jaar aanhoudt en een kind erg belemmert in naar school gaan, vrienden maken en het contact met familie, is het gebruikelijk om van een gedragsstoornis te spreken.

Bij gedragsstoornissen staan niet de emotionele problemen op de voorgrond, maar afwijkende en ongewenste gedragingen. Ruziemaken, vechten, dreigen, pesten, wreed gedrag ten opzichte van anderen of dieren, kapotmaken van speelgoed of meubilair, eisend of aandacht vragend gedrag, schreeuwen, vloeken, stelen, enzovoort.

  • Kinderen met een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (ODD) laten opstandig, negatief en agressief gedrag zien. Ze zijn vaak driftig, vinden het moeilijk te gehoorzamen, gaan snel in verzet, zijn snel boos of gefrustreerd, maken ruzie, en geven anderen vaak de schuld van hun eigen fouten.
  • Kinderen met een antisociale gedragsstoornis (CD) vertonen voor hun omgeving onacceptabel gedrag: ze liegen vaak, hebben de neiging om anderen of dieren pijn te doen, stelen soms en vechten snel. Ze hebben een gebrek aan respect voor anderen. Hun contacten zijn erop gericht om er persoonlijk voordeel uit te halen. Ze hebben vaak een verminderd inlevingsvermogen.

Voor de begeleiding van eenvoudige problemen, zoals een probleem met eten, slapen, veelvuldig huilen en claimend gedrag kan men gebruikmaken van de mogelijkheden die kindercoaches, maar ook bijvoorbeeld een praktijkondersteuner ggz, het consultatiebureau en het Centrum voor Jeugd en Gezin bieden. Zij beschikken allen over begeleidingsmogelijkheden die er vooral op zijn gericht opvoedingsvaardigheden van de ouders te ontwikkelen. Angst- en stemmingsproblemen kunnen meestal goed worden behandeld door een kindertherapeut, kinderpsycholoog of orthopedagoog. Dit geldt ook voor ODD en ADHD. Bij complexe of zeer ernstige problemen wordt verwezen naar een kinderpsychiater. Indien ASS een vermoeden is, kan je het best terecht bij een ggz-instelling die is gespecialiseerd op dit gebied.

Wat kan ik voor jullie betekenen? Ervaar je een probleem ten aanzien van jouw kind? Ervaart jouw kind zelf een probleem? Kleine en grotere problemen help ik graag oplossen.

Mail, bel of app mij en we plannen op korte termijn een kennismaking en afspraak!

PS: “Is het probleem echt het probleem? Of is het probleem hoe jij met het probleem omgaat?”

By(e) Amanda – Praktijk Senzies
Kindertherapie en oudercoaching in Leiden